Hoe werkt deeltijdontslag in de kunstzinnige vorming onder de cao Gemeenten?

Rogier Wennink Platform ACCT • 9 feb 2021

Docenten en kunstencentra die onder de cao Kunsteducatie vallen kennen wellicht het fenomeen deeltijdontslag: wanneer er sprake is van boventalligheid (er zijn minder docenten nodig voor het aantal cursussen en overige werkzaamheden binnen de instelling dan de totale aanstellingsomvang) kan een docent over een bepaald deel van zijn arbeidsovereenkomst ontslag worden aangezegd. In dit artikel gaan we nader in op de vraag in hoeverre deeltijdontslag mogelijk is onder de cao Gemeenten (voorheen: CAR/UWO) en welke voorzieningen er zijn getroffen om de financiële gevolgen voor de docent op te vangen.

Wat is er met de CAR/UWO gebeurd?

Met de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk getrokken met de positie van werknemers in de ‘private sector’. Daarmee is de ambtenaar werknemer geworden en heeft de aanstelling plaatsgemaakt voor een arbeidsovereenkomst. Door het verdwijnen van deze ambtelijke aanstelling zijn ook de meeste rechtspositieregelingen vervallen. Voor de meeste docenten in de kunstzinnige vorming was dat de CAR/UWO: de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) die op lokaal niveau door het gemeentebestuur aangepast kon worden. In de CAR/UWO was een aanvullende rechtspositie voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie in hoofdstuk 19b getroffen. Hierin was onder meer een regeling voor deeltijdontslag en een garantie-uitkering getroffen.
De CAR/UWO is echter ook komen te vervallen en daarvoor in de plaats is de cao Gemeenten gekomen. In de cao Gemeenten is de aanvullende rechtspositieregeling voor kunstzinnige vorming grotendeels overgenomen en te vinden in hoofdstuk 14. Maar er zijn een aantal regelingen gewijzigd.

Hoe was deeltijdontslag geregeld in de CAR/UWO?

Zoals hierboven staat beschreven gold voor ambtenaren in de kunstzinnige vorming een aanvullende rechtspositieregeling in Hoofdstuk 19b van de CAR/UWO. In artikel 19b:16 was bepaald dat uiterlijk in de tiende week van elk cursusjaar beoordeeld diende te worden of het aantal te werken uren overeen kwam met de totale aanstellingsomvang van de ambtenaren. Met andere woorden: er moest worden vastgesteld of het aantal leerlingen (en de daarbij behorende lesuren) groot genoeg was om de beschikbare uren in te vullen. Was dat niet het geval dan kon er sprake zijn van ‘een verminderde behoefte aan arbeidskrachten’ zoals stond verwoord in artikel 8:3 lid 1 van de CAR/UWO, met als mogelijk gevolg een deeltijdontslag.

Welke ontslagvolgorde werd gehanteerd volgens de CAR/UWO?

Het voorgenomen deeltijdontslag kon niet zomaar worden aangezegd. Volgens artikel 8:3 lid 3 en artikel 19b:17 CAR/UWO moest daarvoor een vooraf opgesteld plan bestaan. Dit plan moest in samenspraak met de in artikel 12 lid 2 CAR/UWO genoemde organisaties zijn opgesteld. Sommige gemeenten hadden hierin voorzien waardoor deeltijdontslag daadwerkelijk geëffectueerd kon worden bij de docent met leegstand. In veel gevallen moest echter worden teruggevallen op artikel 19b:17:

1. Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt, zolang het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, nog niet bestaat, de volgende ontslagvolgorde gehanteerd:

a. (deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren die daarvoor in aanmerking wensen te komen;
b. aanstellingen voor bepaalde tijd niet te verlengen;
c. (deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren na toepassing van het afspiegelingsbeginsel in combinatie met anciënniteitsbeginsel.

2. Bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt binnen categorieën van ambtenaren met dezelfde functies uitgegaan van de volgende drie leeftijdsgroepen: 
•   van 15 tot 30 jaar;
•   van 30 tot 45 jaar; en 
•   van 45 jaar en ouder.

3. Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de ontslagvolgorde, genoemd in het tweede lid.

Artikel 19b:17 CAR/UWO

Werd voldaan aan artikel 19b:17 dan kon het college in beginsel overgaan tot ontslag via de bestuursrechtelijke route. Daarbij gold dat de voor ontslag in aanmerking komende ambtenaar recht had op een werk-naar-werk-traject zoals opgenomen in artikel 10d CAR/UWO. Het kan niet onopgemerkt blijven dat er in het verleden, ook zonder juridische basis of gedegen procedure voor een deeltijdontslag, er regelmatig onderlinge regelingen zijn getroffen tussen docent en kunstinstelling om de leegstand op te lossen.

Geen werk-naar-werk-traject maar garantie-uitkering bij deeltijdontslag met een gering urenverlies

Wanneer er sprake was van een (deeltijd)ontslag met een gering verlies aan arbeidsuren (minder dan 5 uur of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft van de formele arbeidsduur) gold het werk-naar-werk-traject niet. Dit was opgenomen in artikel 19b:18 lid 4 CAR/UWO. Overigens gold wel de ontslagvolgorde zoals stond beschreven in artikel 19b:17 indien er niet was voorzien in een lokale regeling.
Vanwege het geringe urenverlies is het echter denkbaar dat de ambtenaar niet in aanmerking kwam voor een WW-uitkering. Om deze ambtenaar toch enigszins te compenseren was de garantie-uitkering KV in het leven geroepen zoals opgenomen in artikel 19b:19 CAR/UWO. De ambtenaar die voldeed aan de voorwaarden van dit artikel kon afhankelijk van de lengte van zijn aanstelling aanspraak maken op een gedeeltelijke doorbetaling van zijn loon. Een bovenwettelijke regeling die de cao Kunsteducatie overigens niet kent.

Hoe is deeltijdontslag voor docenten geregeld in de cao Gemeenten?

Zoals in de inleiding staat beschreven is de CAR/UWO inmiddels vervallen en is de cao Gemeenten gaan gelden. In aanloop naar deze transitie hebben een aantal kunstcentra gekozen om definitief over te stappen naar de cao Kunsteducatie. Er zijn echter nog steeds gemeentelijke kunstencentra die de cao Gemeenten volgen. Het hoofdstuk in de CAR/UWO dat voorzag in een aanvullende rechtspositie voor deze kunstinstellingen is grotendeels overgenomen in hoofdstuk 14 van de cao Gemeenten. Er is echter één groot verschil met de CAR/UWO.

Geen lokale regeling maar ontslagcommissie

In plaats van een lokale ontslagregeling met bijbehorende ontslagvolgorde en bestuursrechtelijke bezwaarmogelijkheden, hebben de sociale partners, verenigd in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA), ervoor gekozen om een ontslagcommissie in te stellen*. Daarbij is besloten om af te wijken van de ontslagvolgorde zoals deze staat beschreven in artikel 14 van de Ontslagregeling. Het is interessant wat deze keuze voor een gevolg kán hebben voor reorganisatie bij een gemeentelijk kunstencentrum. Het valt buiten het bestek van dit artikel om volledig in te gaan op de wetten en regels die gelden rond een reorganisatieproces. Door echter af te wijken van artikel 14 van de Ontslagregeling hoeven werkgevers bij het vaststellen van de ontslagvolgorde niet alle met de vervallen arbeidsplaatsen uitwisselbare functies binnen de gehele organisaties bij de besluitvorming te betrekken. Er kan worden volstaan met de uitwisselbare functies die voorkomen binnen het bedrijfsonderdeel dat wordt gereorganiseerd. In hoeverre er op individueel niveau deeltijdontslag kan plaatsvinden zal mogelijk per organisatie variëren. Voor nadere informatie is het aan te raden om, naast het inschakelen van een juridisch expert, de informatie uit §1.9.3 Uitvoeringsregels Ontslag om bedrijfseconomische redenen van het UWV en bijbehorende jurisprudentie door te nemen.

Werk-naar-werk-traject niet voor (deeltijd)ontslag met beperkte omvang?

Zoals eerder beschreven konden docenten onder de CAR/UWO die werden geconfronteerd met een beperkt (deeltijd)ontslag geen aanspraak maken op een werk-naar-werk-traject zoals beschreven in artikel 19b:18 lid 4 CAR/UWO. In de cao Gemeenten is deze uitzondering echter niet opgenomen waardoor het er naar uitzag dat docenten met een klein deeltijdontslag ook recht zouden hebben op een werk-naar-werk-traject. Dit blijkt echter een technische fout te zijn. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven dat Hoofdstuk 9.1 en 10 niet zullen gelden voor (deeltijd)ontslagen met een arbeidsurenverlies van minder dan 5 uur of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft van de formele arbeidsduur. Een en ander zal worden gerepareerd in de volgende cao Gemeenten.

Vaststellingsovereenkomst als wenselijk alternatief?

Nu duidelijk is geworden dat onder de cao Gemeenten een (deeltijd)ontslag moet worden voorgelegd aan de cao-ontslagcommissie kunnen partijen zich afvragen of dat ook verplicht is. Het antwoord op die vraag luidt ontkennend. Sterker nog, het is goed denkbaar dat partijen in onderling overleg met elkaar een vaststellingsovereenkomst (beëindigingsovereenkomst) overeenkomen. Dat heeft uiteenlopende redenen:

  1. Het kan ten goede komen aan de werkrelatie door het (deeltijd)ontslag in gezamenlijk overleg vorm te geven. Zeker wanneer er sprake is van deeltijdontslag zullen werkgever en werknemer nog langer met elkaar moeten samenwerken.
  2. Partijen kunnen de relatief hoge kosten die verbonden zijn aan een procedure bij de cao-ontslagcommissie vermijden. In beginsel komen de kosten van de ontslagcommissie overigens ten laste van de werkgever.
  3. Werkgever en werknemer moeten sowieso met elkaar in gesprek om het deeltijdontslag vorm te geven. Juridisch wordt de arbeidsovereenkomst namelijk als ‘ondeelbaar’ beschouwd. Dat betekent dat het fenomeen deeltijdontslag in de praktijk alleen kan plaatsvinden wanneer de gehele arbeidsovereenkomst wordt beëindigd en tegelijkertijd een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangeboden voor de nieuwe arbeidsomvang. Hierover moeten partijen goede (schriftelijke) afspraken maken.

Overigens kan ook op basis van een vaststellingsovereenkomst een beroep worden gedaan op een WW-uitkering. Daarover lees je meer in ons artikel Waar moet een ‘ww-proof’ vaststellingsovereenkomst aan voldoen?

Veelgestelde vragen

Kan een werknemer met een vaststellingsovereenkomst (op basis van wederzijds goedvinden) ook aanspraak maken op een WW-uitkering?

Ja, dat is in beginsel geen probleem zolang de (deels) ontslagen werknemer voldoet aan de eisen van de WW. Daarbij is het met name van belang dat in de vaststellingsovereenkomst wordt opgenomen dat a) het initiatief tot het sluiten van de overeenkomst door de werkgever is genomen van de werkgever, b) de wettelijke (of de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen) opzegtermijn in acht wordt genomen, en er c) sprake is van een neutrale (niet verwijtbare) reden voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Uiteraard moet ook worden voldaan aan de overige voorwaarden om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering. Meer informatie lees je in ons artikel Waar moet een ‘ww-proof’ vaststellingsovereenkomst aan voldoen?
 

Secretariaat Cao ontslagcommissie sector gemeenten

Cao ontslagcommissie sector gemeenten: toelichting en procedure | VNG.nl

Cao ontslagcommissie sector gemeenten: formulier A | VNG.nl

Cao ontslagcommissie sector gemeenten: formulier B&C | VNG.nl

Dossier cao Gemeenten | digiPACCT.nl

Integrale tekst CAR/UWO | car-uwo.nl

Brief LOGA 11 september 2019 m.b.t. cao Ontslagcommissie | VNG.nl

 

*Voor zover bij ons bekend is zijn er nog geen (deeltijd)ontslagen binnen de kunstzinnige vorming voorgelegd aan de Cao Ontslagcommissie sector Gemeenten.

 

Foto door Kelly Sikkema via Unsplash