Welke tarieven worden er in de culturele en creatieve sector gehanteerd?

Rogier Wennink Platform ACCT • 23 feb 2021

In het kader van de Arbeidsmarktagenda heeft Fonds Podiumkunsten in 2018 een verkenning laten verrichten naar honorariumrichtlijnen in de culturele en creatieve sector. Het resultaat hiervan werd in februari 2019 gepubliceerd in het rapport ‘Honorariumrichtlijnen, verslag van de eerste verkenning van agendapunt 3.8 van de Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve Sector‘. In dit artikel vind je per sector een overzicht van de (in dit rapport) verzamelde honorariumrichtlijnen en tariefafspraken. Het verschilt per richtlijn/afspraak of deze bindend is voor werkgevende en werkende. Klik daarom altijd op de genoemde links voor meer informatie en advies over de toepassing van een honorariumrichtlijn/tariefafspraak.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector architectuur?

Voor architecten is er in de meest recente Cao voor Architectenbureaus een zogenaamde spiegelbepaling voor de inhuur van een zzp’er opgenomen. Wanneer een zzp’er wordt ingehuurd dan geldt de Modelovereenkomst geen werkgeversgezag architectenbureaus. Daarnaast wordt – om de twijfels over de status van een werkende te vermijden – een tarief van 150% van het bruto-uurloon voor vergelijkbare werkzaamheden met vergelijkbare ervaring aangehouden. Een architectenbureau dat een zzp’er inhuurt onder deze 150% dient een melding te doen bij de geschillencommissie.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector beeldende kunst?

De beeldende kunst kent al sinds enige tijd het Kunstenaarshonorarium dat inmiddels wordt ondersteund door meer dan 100 musea en kunstinstellingen. Het Kunstenaarshonorarium is een handreiking aan zowel kunstenaars als instellingen om te komen tot een professionelere contract- en onderhandelingspraktijk bij tentoonstellingen zonder verkoopdoel. Op de website is o.a. een tariefcalculator te vinden voor toepassing van het kunstenaarshonorarium. Daarnaast is er een checklist, een voorbeeldcontract, een rekenmodel en informatie over compensatie voor instellingen beschikbaar.

Voor instellingen die zich committeren aan het Kunstenaarshonorarium heeft het Mondriaan Fonds met steun van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een tijdelijk aanvullend instrument in het leven geroepen. Deze instellingen kunnen tot op zekere hoogte op financiële steun rekenen op basis van het zogenaamde ‘experimenteerregelement kunstenaarshonorarium‘ (update 29 oktober 2020: het loket is gesloten omdat het budget vrijwel volledig is besteed).

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector kunst- en cultuureducatie?

In de kunst- en cultuureducatie ontbreken op dit moment overkoepelende afspraken over tarieven en honoraria. Wel worden door vak- en beroepsverenigingen (Kunstenbond/NTB en Vrije KNTV) regelmatig lijsten met gangbare tarieven gepubliceerd maar deze genieten niet de status van een cao-toeslag zoals in de sector architectuur en toneel en dans.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector letteren?

De sector letteren kent een uitgebreide geschiedenis ten aanzien van onderhandelingen tussen auteurs en uitgevers over de beloning van de uitgave en exploitatie van werken. Er is een breedgedragen modelcontract maar daarin ontbreken standaardpercentages en/of tarieven. Deze staan in principe open voor onderhandeling. Het Letterenfonds hanteert zelf een minimum royalty-percentage van 10% als voorwaarde bij schrijvers voor honorering bij het fonds. Daarnaast geldt een woordtarief van 6,6 cent voor vertalers bij uitgevers. Wanneer een aanvraag wordt gehonoreerd legt het fonds daar 9 of 10,5 cent per woord bovenop.

De Schrijverscentrale hanteert voor het inhuren van schrijvers voor voorlees-, signeersessies, voordrachten of andere evenementen een basistarief, maar in beginsel bepaalt de auteur zelf de hoogte van het tarief. Daarbij spelen factoren als de bekendheid van de auteur, het soort activiteit en de duur van een bezoek een rol.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector podiumkunsten?

Binnen de sector podiumkunsten zijn er meerdere tariefafspraken en honorariumrichtlijnen van toepassing maar deze worden niet altijd door alle sociale partners/partijen gedragen. Zo is er een honorariumtabel opdrachten voor componisten (let wel: sinds de inrichting hiervan in 2008 niet meer geïndexeerd!) waar door het Fonds Podiumkunsten (FPK) bij een subsidieaanvraag wel naar wordt verwezen maar niet als harde vereiste lijkt te worden gebruikt.

Voor een aanvraag voor een projectbijdrage bij Sena Performers geldt dat binnen een project een minimumgage aan de optredende musici dient te worden uitbetaald van €250,- per muzikant. Hiervan kan alleen worden afgeweken wanneer dit in de aanvraag voldoende gemotiveerd wordt (bijvoorbeeld in het geval van zeer grote bezettingen of educatieve projecten).

Verder is er in de cao Toneel en Dans sinds 2016 een zzp-toeslag opgenomen. Deze bepaling is in 2020 ook algemeen verbindend verklaard. Hierdoor zijn alle werkgevers die onder de werkingssfeer vallen in beginsel verplicht om zelfstandigen die dezelfde soort werkzaamheden verrichten als een werknemers in loondienst, een honorarium te betalen dat minimaal 140% bedraagt van het loon van een reguliere werknemer.

Ten slotte worden ook in de podiumkunsten de eerder genoemde tarieflijsten van Kunstenbond/Ntb en Vrije KNTV gehanteerd.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector film?

In de filmsector wordt het als zeer complex ervaren om tot een breed gedragen tariefrichtlijn te komen. Weliswaar is de positie van makers met de komst van het Auteurscontractenrecht iets versterkt maar dat heeft niet geleid tot expliciete tariefafspraken of vergoedingslijsten. In het ‘Financieel en productioneel protocol‘ van het Filmfonds worden wel indicaties van gemiddelde honorarium gegeven.

De Kunstenbond en belangenorganisatie voor acteurs ACT hebben onlangs de ‘tarieven spiekbrief‘ voor acteurs vernieuwd. De Tarieven spiekbrief 2020 is het startpunt van een grootschalig onderzoek onder de leden van Kunstenbond en ACT. De tarieven in deze handreiking zijn gebaseerd op de vorige versie uit 2002 en geïndexeerd naar 2020.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector vormgeving?

Voor beeldmakers (bijvoorbeeld een fotograaf, ontwerper of illustrator) vormt de tarievenlijst van FotoAnoniem een goed uitgangspunt om te bepalen wat een redelijk tarief is voor gebruik van een beeld. Let wel: de tarievenlijst is in eerste instantie bedoeld voor de Stichting FotoAnoniem voor de situatie waarbij de maker van een beeld niet achterhaald kan worden. Een beeldmaker heeft de vrijheid om zijn eigen tarief voor het gebruik van een beeld te bepalen.

Verder publiceert de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) jaarlijks haar ‘branchemonitor‘ waarin ook gemiddelde tarieven worden opgenomen. Naast de branchemonitor publiceert BNO voor de ontwerpsector ieder jaar een ‘Richtlijn arbeidsvoorwaarden’, inclusief salaristabel en functiematrix. Deze salaristabel wordt ieder jaar geactualiseerd op basis van cao-ontwikkelingen en kan door het bedrijfsleven als richtlijn worden gebruikt. Werkgevers zijn echter niet aan deze richtlijn gebonden.

Welke tarieven worden gehanteerd in de sector media?

In de mediasector is in de meest recente cao voor het Omroeppersoneel een afspraak overeengekomen voor een minimum zzp-tarief. Vakverenigingen hebben in de mediasector een eigen ‘Fair Practice Code’ vormgegeven die onder andere voorschrijft dat freelancers voortaan ten minste 150% van het cao-loon ontvangen dat past bij de functie die wordt vervuld.

 

Foto door Chiara Daneluzzi via Unsplash